Naar de inhoud springen

Gastcolumniste Helen schrijft: Juf heeft de snoepziekte

1.
‘Mag ik nu nooit meer snoepen?’ De eerste vraag die in mij opkomt, nadat ik een minuut eerder te horen heb gekregen dat ik diabetes heb. Voor mij, als rasechte snoepkont, een cruciale vraag, waarvan het antwoord mijn levensgeluk drastisch zou kunnen verlagen. Gelukkig legt de internist uit dat ik gewoon nog mag snoepen, hoewel met mate. Opgelucht glimlach ik naar de internist. Het valt dus allemaal wel mee, die diabetes. De internist vraagt of ik het allemaal een beetje kan bevatten. Ik knik. Dan zegt ze dat ik dan nu in het ziekenhuis ben opgenomen. Ik vraag: ‘wanneer moet ik me dan melden?’ De internist antwoordt ‘mevrouw, u bent opgenomen.’ Ik vraag: ‘dus ik ga nu thuis wat spullen ophalen om hier te slapen?’ De internist herhaalt rustig ‘ mevrouw, u bent opgenomen. U wordt zo opgehaald door een diabetes verpleegkundige en naar uw kamer gebracht.’ Niets begrijpend kijk ik de internist aan. Ik voel me toch prima? Waarom kan ik niet gewoon naar huis? Moet ik hier echt in een kamertje in een ziekenhuisbed gaan liggen? Als ik de kamer uitloop, zeg ik tegen mijn moeder. ‘ En ik heb me niet eens geschoren vanochtend.’

Als de diabetes verpleegkundige tegenover me zit, komt hij gelijk tevoorschijn; mijn insulinepen. De verpleegkundige legt uit dat ik me in de toekomst zelf in mijn buik moet gaan prikken, alvorens ik kan eten. De aankomende dagen zullen ze me dat gaan leren in het ziekenhuis. Opeens begrijp ik het; daarom moet ik in het ziekenhuis blijven; ik moet gewoon even leren mezelf te prikken. Daarna kan ik gewoon weer verder met mijn leven en dat is dat. ‘ Ik wil het nu gelijk doen’, zeg ik stoer, ‘dan hebben we dat maar vast gehad’. Ze legt kort uit hoe de pen werkt en even later zit de eerste naald in mijn buik. Het valt me alles mee. ‘Ik voel bijna niks’, zeg ik tegen mijn ouders en glimlach erbij. Zo, nu weet ik het zeker, morgen ben ik weer gewoon thuis.

In de grote hal van het ziekenhuis bel ik mijn baas. Ik vertel dat ik diabetes heb en zeg: ‘ je zult dus een invaller voor morgen moeten regelen, want ik moet hier een nachtje blijven’. Mijn baas is opgelucht. Vanochtend, toen ik door de huisarts werd gebeld, terwijl ik voor de klas stond les te geven, leek het allemaal een stuk minder rooskleurig.
2.
Ik wist dat ik die dag door de huisarts zou worden gebeld voor de uitslag van mijn bloedonderzoek. Hij zou om 1 uur bellen. Handig, dan waren de kinderen uit mijn klas al naar huis en kon ik makkelijk de telefoon opnemen. Toen om 9 uur opeens het bekende deuntje uit mijn tas kwam, wist ik dat ik dit telefoontje moest opnemen. Iedereen die mijn telefoonnummer heeft, weet dat ik leerkracht ben en dus dit tijdstip de telefoon niet op kan nemen. Ik vertel tegen de kinderen dat ze even heel stil moeten zijn. Wat spannend, de telefoon gaat en de juf gaat de telefoon opnemen! 25 Enthousiaste gezichten kijken me stil aan. Ik neem bijna op met ‘ juf Helen’, maar schakel nog net van juf Helen naar Helen, als ik het woord in mijn scherm zie staan ‘ dokter’. Ik neem op.

De dokter zegt gelijk: ‘ Ik vind het heel vervelend dat ik dit door de telefoon moet doen, maar er is iets mis Helen.’ Ik zeg dat ik nu voor de klas sta en niet kan praten. De dokter zegt: ‘ dan moet je nu iemand regelen die het van je overneemt.’ Vrolijk kijk ik de kinderen aan en zeg:’ ik heb een echte dokter aan de telefoon. Spannend he? Ik haal even de meester op, dan kan ik rustig met de dokter praten en vertellen dat we over het ziekenhuis werken in de klas.’ Want ja, dat is inderdaad het thema in de klas; het ziekenhuis. Dat thema heb ik toch lekker bedacht! Als in een roes loop ik naar het kamertje van de directeur. Ik vertel dat ik de huisarts aan de lijn heb en er iets mis is. De directeur loopt gelijk naar de klas.

 

Door de telefoon hoor ik de huisarts zeggen dat ik nu mijn partner of mijn ouders moet bellen en dat er een internist in het ziekenhuis op me wacht. Ik schrijf de route op die ik in het ziekenhuis moet volgen en de naam van de arts. Dan bedank ik de huisarts en loop naar mijn klas terug. Net voordat ik de deur van mijn klaslokaal opendoe, schakel ik weer naar mijn ‘juffenrol’ en zet een glimlach op. ‘ ‘Wow, ik heb leuk nieuws! De dokter vond het zo bijzonder dat we werken over het ziekenhuis, dat ik nu naar een echt ziekenhuis mag om spulletjes op te halen die we mogen gebruiken. Echt verband, echte pleisters en veel meer van dat soort spulletjes.’ Jop steekt gelijk zijn vinger op ‘ Juf, mogen we allemaal mee naar het ziekenhuis?’ Ik zeg: ‘nee, dat gaat niet. Jammer he? Jullie passen toch niet allemaal bij mij in de auto?’ De kinderen lachen. Ik fluister snel naar mijn directeur dat ik nu naar het ziekenhuis moet en er een arts op me wacht, dan draai ik me om naar de kinderen en zeg: ‘ tot morgen allemaal, goed naar de meester luisteren he? Dahag!’ Rustig loop ik de klas uit.

Lees verder: hoofdstuk 3 & 4

Mijn naam is Helen en bijna twee jaar geleden, ik was toen 27, werd er bij mij diabetes ontdekt. Op dat moment was ik fulltime leerkracht van een groep 1/2. Ik hield zo van mijn vak dat ik alle signalen dat ik ziek was zo lang mogelijk heb weggestopt, tot het punt dat ik nog maar 48 kilo woog. Ik had totaal geen idee dat een 27 jarige sportieve meid met geen diabetes in de familie zomaar diabetes kon krijgen, maar het kan en dan heb ik geweten! De eerste periode was ik zo ziek dat ik niet kon werken, ik ben toen mijn ervaringen omtrent het hebben van diabetes gaan opschrijven. Momenteel heb ik de overstap gemaakt naar een insulinepomp, de Omnipod, waar ik erg blij mee ben. En sta ik weer 4 dagen voor de klas.