Naar de inhoud springen

Column Câthy – De stemmetjes in mijn hoofd

Nee ik heb geen meervoudige persoonlijkheid, maar ik heb wel een hele hoop stemmetjes in mijn hoofd. Verschillende kleine Câthy’s die zich de hele dag bemoeien met, tsja, alles! We hebben de stem die zich bemoeit met mijn uiterlijk, nja twee eigenlijk, eentje die zegt dat ik een enorm lekker wijf ben en de ander die me af en toe even duidelijk maakt dat ik er absoluut niet uit zie. Dan hebben we de stem die zich bemoeit met wat er allemaal uit mijn mond komt en die schud wel eens haar hoofd. Ik praat namelijk nogal wel eens voordat ik na denk, daarbij praat ik ook vaak te hard, te veel en kan ik soms onbedoeld fel uit de hoek komen. Ik ben een vrouw en daarom hebben we natuurlijk ook een stem die zich bemoeid met mijn algehele gezondheid en gewicht: wat gaat er mijn mond in, ben ik niet te dik, krijg ik wel genoeg vitamines binnen en beweeg ik wel voldoende? Zo kan ik nog wel even doorgaan, maar uiteraard is er ook een stemmetje die zich bemoeid met mijn diabetes.

Het vervelende van mijn diabetes-stemmetje is dat ze over het algemeen alleen haar mond open trekt bij hoge bloedsuikers. Ze schreeuwt naar me dat ik gefaald heb, dat ik beter had op moeten letten, eerder had moeten bolussen en beter had moeten rekenen. Naar mate ik meer hoge waardes heb, wordt het stemmetje ook steeds gemener en krijg ik een heus schuldgevoel over mijn niet gecontroleerde diabetes. En dat helpt natuurlijk geen moer, want stress betekent bij mij hoge bloedsuikers.

In zo’n periode kan ik mezelf helemaal gek maken en zelfs ook bang zijn voor mijn HbA1c. En ik weet natuurlijk wel waar dat gevoel en dat stemmetje vandaan komen. Ik maak het mijzelf ook niet makkelijk, want ik heb de lat nogal hoog liggen. Streven naar een HbA1c onder de 7 is natuurlijk goed, maar ik moet me er ook niet blind op staren. Type 1 diabetes heb je voor een groot deel zelf in de hand, maar dat geld ook voor hoe je er mee om gaat. Streven naar 100% kan heel goed zijn, maar laat ook geen ruimte om fouten te maken. En dat moet gewoon kunnen, zeker als we het hebben over een soms onvoorspelbaar lichaam.

Daarom praat ik tegenwoordig terug tegen de denigrerende versie van mijzelf en kan ik zeggen dat ze haar mond moet houden. Want het is ook niet niks, je doet je best, wil ook nog gewoon leuk leven en krijgt bij elke meting het resultaat voorgeschoteld. De hele dag door krijg je bevestiging of je het goed of niet goed doet. Bij mooie waardes probeer ik nu even langer stil te staan, van te genieten en ik probeer niet boos op mijzelf te worden als ik hoog of laag zit, maar mijzelf toe te spreken hoe ik het de volgende keer beter kan doen. Van schelden op mijzelf raak ik namelijk niet echt gemotiveerd en ik heb mijn motivatie wel nodig. Dus hoofd omhoog, corrigeren, goed nadenken wat ik de volgende keer anders moet doen en we gaan weer door. Want mijn diabetes goed onder controle hebben is niet het doel op zich, het doel is dat ik mijn leven kan leiden.