Naar de inhoud springen

Column Câthy- Onderdeel van een verdienmodel

Door ééndiabetes heb ik inmiddels veel contacten binnen andere diabetesgerelateerde organisaties. Inspirerende personen van kleine initiatieven, maar ook contacten bij grote bedrijven. Daarbij ben ik zelf natuurlijk ook nog steeds ‘een patiënt’ en ken ik inmiddels tientallen andere type 1 diabeten.

Wel blijf ik het een rare gewaarwording vinden dat er bedrijven zijn die heel veel geld verdienen omdat ik ‘ziek’ ben. Een insulinepomp van een paar duizend euro, een doos infuussets à 130 euro, insuline van 25 euro per flesje, stripjes van 50 cent per stuk en vergeet niet de bedragen die het ziekenhuis declareert voor een bloedonderzoek of bezoek aan de internist. Ik heb eigenlijk geen idee van de marges die er op zitten. Diabetes levert blijkbaar veel geld op. Komt het ook nog goed uit dat het aantal mensen met diabetes toeneemt.

Vorige maand was bij het programma Zembla een item over diabetesmedicatie: ‘Bitterzoete suikermedicijnen’ (kijk-tip!). Dit ging weliswaar over medicatie voor type 2, maar ik schrok toch wel een beetje van hoe het schijnbaar werkt in de farmaceutische wereld. Terwijl ik er ondertussen toch aardig wat vanaf weet.

Hoe werkt het dan? Een korte samenvatting:

Een farmaceut heeft een goed werkend en goed verkopend medicijn op de markt. Dit levert geld op, omdat er patenten zitten op deze medicijnen. Omdat de patenten na enige tijd ook weer verlopen, moeten er nieuwe medicijnen op de markt komen, met nieuwe patenten. Anders is het bye bye met de grote winst. Het is een soort omgekeerde wereld, waar de geneesmiddelenindustrie zich aanpast aan de regelgeving. Zonder patent is er namelijk veel minder aan het middel te verdienen, daarom loont het om steeds nieuwe medicijnen op de markt te brengen. Het liefst zo snel mogelijk. Zonder uitgebreid onderzoek naar mogelijke langetermijneffecten. En het liefste ook een beetje duurder. Diabetes als een soort van melkkoe.

Eerlijk toegeven: de farmacie heeft nu niet bepaald een goede naam. In mijn ogen (en die van vele anderen) gaat het vooral om geld en staat het beter maken of behandelen van de patiënt op de tweede of derde plaats. Dat zorgt natuurlijk voor een enorm wantrouwen. Ik begin me inmiddels ook enigszins een slachtoffer te voelen van een falend systeem. Mijn Eigen Risico gaat steeds verder omhoog en mijn keuzevrijheid wordt beperkt, terwijl ik wel volledig mee moet draaien in de maatschappij; maar aan de andere kant verdienen er mensen meer en meer geld aan mij. Beetje gek toch?

Nu moeten alle mensen die met goede bedoelingen werken bij een farmaceutisch bedrijf niet denken dat ik een hekel aan ze heb! Nee, ik ben ook heel dankbaar dat onder andere door concurrentie de hulpmiddelen en insulinesoorten de afgelopen jaren sterk verbeterd zijn. Ik zie ook zeker vooruitgang! Er werken hele aardige en betrokken mensen in de farmacie. En ik zie ook dat vele van deze farmaceuten veel geld investeren in nieuwe ontwikkelingen en initiatieven zoals onze stichting of in de derde wereld. Maar toch ben ik bang. Bang voor die mannen en vrouwen in dure pakken aan vergadertafels in enorme kantoren, het grote geld ruikend. Hebben die mannen en vrouwen echt mijn belang voor ogen? Zitten die echt te wachten op een oplossing voor diabetes? Weten ze wel wat het inhoudt om diabetes te hebben?

Wat maakt geld de dingen toch weer enorm ingewikkeld. Al weet ik niet of terug naar de ruilhandel nu zo’n goed idee is. Daarom schrijf ik er maar stukjes over. In de hoop dat ze mij komen geruststellen. Dat ze me een aai over mijn bol geven en me beloven dat ik het makkelijker ga krijgen. En dat ze naar me luisteren, echt luisteren wat ik te vertellen heb. Iets met zien en geloven. En dan, als ze dat doen, ga ik ze misschien weer vertrouwen.

 

Nb. De aflevering ‘Bitterzoete Suikermedicijnen’ kan je terug kijken op uitzending gemist.