Naar de inhoud springen

Ketonen en een keto-acidose

Je bloedglucosemeter geeft ‘Hi’ aan? Snel insuline bijspuiten en je ketonen meten! Misschien heb je het wel eens meegemaakt. Je krijgt je bloedglucose niet onder controle en zult een bezoek aan het ziekenhuis moeten brengen. Daar blijkt dat je lichaam te veel ketonen aanmaakt. Je lichaam is aan het verzuren, oftewel je hebt een keto-acidose. Maar wat zijn ketonen eigenlijk? Wat voor functie hebben ze en waarom is het voor mensen met diabetes zo gevaarlijk?

Als je een keto-acidose hebt, kunnen omstanders dat vaak merken aan een viezige aceton geur die uit je mond komt. Aceton is namelijk een keton, net zoals acetoacetaat (een onstabiele vorm van ketonlichamen) en bèta-hydroxyboterzuur (meest stabiele keton die gebruikt wordt voor de stofwisseling in ons lichaam) dat ook zijn. Ketonen zijn afbraakproducten van vetzuren en worden gemaakt in de lever. Het lichaam maakt ze aan om er voor te zorgen dat de hersenen van genoeg energie voorzien kunnen worden. Normaliter is dat niet nodig, omdat er genoeg glucose voorradig is. Die glucose krijg je binnen wanneer je eet, of wordt vrijgemaakt uit de lever. Bij een keto-acidose is er echter sprake van een groot tekort aan insuline, waardoor de aanwezige glucose in het bloed de cellen niet kan bereiken. De lever raakt in een zogenaamde koolhydraatstress1. Het lichaam moet dus op zoek naar een andere energiebron: vetten.

Vetten worden middels lipolyse (lipo = vet, lysis = kapot maken) afgebroken tot vetzuren. Alle weefsels (met uitzondering van de hersenen) kunnen gebruik maken van de energie die vrijkomt. Maar als er één orgaan is dat niet zonder energie kan, dan zijn het wel de hersenen. Het probleem is dat de vetzuren te groot zijn om de zogenaamde bloed-hersenbarrière (bbb) te passeren. Deze barrière vormt een beschermlaag tussen de bloedvatwand en het hersenvocht, zodat schadelijke stoffen zoals bacteriën de hersenen niet kunnen binnendringen. De vetzuren worden daarom verder afgebroken tot ketonen, die deze barrière wel kunnen passeren. De ketonen kunnen ook door bijvoorbeeld de spieren gebruikt worden als energiebron. Het afbreken van vetten is echter veel moeilijker dan het afbreken van koolhydraten. Zo kunnen vetten alleen aeroob (met behulp van zuurstof) worden afgebroken. Dit levert dan dus ook minder energie op.

Waarom zijn ketonen nou zo schadelijk? Dat heeft te maken met de daling van de pH-waarde van het bloed. pH is een maat voor de zuurgraad van vloeistoffen. Normaal is de pH van bloed 7,35 (neutraal). Stoffen kunnen ook een hogere zuurtegraad hebben zoals zeep (basisch) of lager zoals citroensap (zuur). Ketonen komen in het bloed terecht en doen de pH van het bloed dalen doordat ze zuur zijn. Er is een beetje glucose nodig om de ketonen af te breken en insuline speelt in dit proces geen rol. Aangezien er geen glucose is hopen de ketonen zich op. Je bent dus letterlijk aan het verzuren. Uiteindelijk zullen er ook ketonen in de urine terecht komen. Dit wordt ketonurie genoemd. Op dat moment ben je al flink aan het verzuren en is het cruciaal de bloedsuikers omlaag te krijgen, zodat er weer glucose vrij komt om de ketonen af te breken.

Is er sprake van een keto-acidose? Dan moet je zo snel mogelijk naar een ziekenhuis, zeker wanneer je braakt. In het ziekenhuis krijg je extra vocht toegediend en wordt insuline intraveneus ingebracht, zodat het sneller werkt. De insuline zorgt er voor dat de glucose het bloed kan verlaten en zijn werk kan doen in de weefsels. In dit geval is dat het afbreken van de ketonen en de weefsels voorzien van nieuwe ‘schone’ energie.

1 De lever doet er tijdens de koolhydraatstress alles aan om energie vrij te maken. Het zal daarom onder invloed van glucagon glucose vrijmaken uit glycogeen dat opgeslagen ligt in de lever. De bloedsuiker stijgt hierdoor nog meer. Daardoor lijkt het toedienen van insuline tijdens een keto-acidose in eerste instantie soms niet te helpen.