Naar de inhoud springen

Interview met Sofie – ’Ik heb dagenlang onder de drie gezeten’

Sofie is een doorzetter. “Maar net de verkeerde kant op.” “Dat ik zo sterk kan zijn dat als mijn hele lichaam aangeeft dat ik eten nodig heb, ik het toch niet doe.” Rond haar veertiende begon ze minder te eten. “Ik was een beetje zoekende die tijd.” Ze wou ergens controle op blijven houden, de controle die ze niet op haar suikers had. Ze ontwikkelde een eetstoornis: anorexia nervosa. Vele psychologen, opnames en therapieën later zit ze voor me.Over Sofie:
Sofie is 20 jaar en heeft sinds haar derde diabetes. Sinds kort heeft Sofie een pomp van Animas. Als meter gebruikt ze de Contour Next. Ze woont thuis met haar moeder, vader en jongere broertje. Ze speelt gitaar en piano: muziek is onmisbaar in haar leven. En naast verschillende soorten dans doet ze ook regelmatig aan zwemmen, fietsen, wandelen… Wat een sportiviteit! Met oppassen verdient ze wat bij. Helaas lijdt Sofie ook aan een eetstoornis: anorexia. Deze combinatie met diabetes is de reden dat ik haar heb geïnterviewd. Ze wil niet met haar echte naam in dit artikel.

Hoge suikers
Op de helft van haar tijd op de middelbare school zijn Sofie’s suikers niet te reguleren. Ze zijn hoog en ze blijven hoog. Het is zelfs zo erg dat ze wordt opgenomen in het ziekenhuis, waar ze een tijd moet blijven. “Dan zeiden ze van, je mag op de pomp terug naar huis. Maar vaak een dag later stond ik alweer op de stoep. Dan zat ik weer op HI.”

Geen controle
Op haar suikers heeft ze geen controle. Op haar eten wel. Ze probeert af te vallen in de hoop zich daarna beter en zelfverzekerder te voelen. “Je hoopte, nog even een klein beetje ervan af en dan voel je je goed, dan kan je gewoon weer naar buiten en heb je allemaal vrienden en komt alles goed.” Maar dat moment komt nooit.

“Je hebt honger, je bent duizelig en voelt je zwak, en toch schreeuwt er iets in je hoofd: je mag niet eten. Dus dan zet je door.”

Hypo’s
De combinatie van weinig eten en veel sporten leidt met diabetes makkelijk tot veel hypo’s. Hypo’s betekenen dat je moet eten. Precies wat Sofie wilde vermijden. “In de periodes dat ik er heel erg diep in zat ging ik op de bank zitten, zette ik mijn pomp uit en bleef ik net zolang zitten tot-ie weer steeg.” Soms is het zo dat ze na zo’n drie uur zonder stijging toch wat te eten pakte, maar niet altijd. “Daar kon ik soms heel lang op wachten. Ik heb dagen achter elkaar onder de 3 gezeten.”

Controle weg
“Heel af en toe, als het echt niet anders kon, nam ik een dextro. Maar dan mocht ik de rest van de dag niks meer eten. Ook al was die dextro niet zoveel als wat ik had gepland. Mijn hele planning was dan in de war en daar raakte ik van in paniek. Dan had ik geen overzicht meer, dus dan was het beste om voor de zekerheid daarna niks meer te nemen.”

Type 1 diabetes
Sofie vertelt dat diabetes voor een groot deel heeft bijgedragen aan het ontwikkelen van de eetstoornis. Ze voelt zich er namelijk anders door, anders dan de rest. “Daar werd ik heel onzeker van. Ik wil gewoon zijn zoals iedereen is.”

Sommige mensen met 1 diabetes proberen af te vallen door het niet spuiten van insuline, waardoor suikers niet worden opgenomen en je ze uitplast. Een zeer gevaarlijke manier van afvallen. Sofie heeft nooit overwogen om dat te doen. “Omdat mijn bloedsuikers al zo ontregeld waren en ik die periode echt als heel naar heb ervaren, had ik zoiets van dat doen we niet.”

Vriendinnen
Vriendinnetjes merken op dat ze minder eet en dat ze er vermoeid uitziet. Ze vragen hoe het met haar gaat. Sofie ontkent dat er iets mis is. Afspreken doet ze nauwelijks. “Dat vond ik lastig. Vaak zat er eten bij en dat wou ik niet. Dat vond ik eng.”

“Ik heb heel veel leuke momenten met vrienden en familie gemist. Verjaardagen, vakanties, logeerpartijtjes, feestjes, van dat soort dingen. Omdat ik het of niet aankon of niet durfde.”

Vermoeden
Haar ouders hopen dat het iets van de puberteit is en dat het vanzelf overgaat. Sofie loopt al bij een psycholoog omdat ze niet goed in haar vel zit door diabetes. Daardoor hebben haar ouders niet het idee dat ze in moeten grijpen.

De verpleegkundigen hebben in die tijd wel door dat er iets mis is, maar Sofie ontkent. Haar gewicht wordt in de gaten gehouden en ze weten dat Sofie in behandeling is bij verschillende therapeuten. Daar hebben ze vertrouwen in.

Opbiechten
De eerste keer dat ze ervoor uitkwam was tijdens een gesprekje met haar nieuwe mentor, een gymdocent. “Toen was het van, hoe gaat het nou met je? Toen brak ik. Er was nog nooit echt iemand die aan mij had gevraagd van, nou, hoe gaat het met je.” Haar ouders vertelt ze het later door middel van een brief die ze voorleest, met hulp van de psycholoog.

Behandeling
Als Sofie in 2013, op haar zestiende, voor het eerst naar de eetstoorniskliniek gaat, licht ze haar vriendinnen in. Dat was nadat ze al van het kastje naar de muur is gestuurd met wel vier of vijf psychologen. In de kliniek voelt het alsof ze niet thuishoort tussen al die dunne meiden. Eerst verblijft ze dag en nacht op de kliniek, later mag ze weer thuis wonen. “Ik heb een aantal maanden helemaal niet mogen sporten, niet mogen werken, niet naar school gemogen. Ik mocht helemaal niks. Nou, dat is heel eenzaam. Dan zit je thuis op de bank.”

In de kliniek is niet veel begrip voor diabetes. “Daar hebben we behoorlijk wat ruzies over gehad.”

Sofie heeft een goede vriendin overgehouden aan de kliniek. Als ze afspreken gaan ze ook samen eten, waarbij ze elkaar uitdagen om moeilijke dingen te eten.

Verpleegkundigen
Bij de kinderpoli heeft Sofie fijne en persoonlijke gesprekken met de verpleegkundigen. Dat verandert als ze op haar 19e naar de internist overstapt. De verpleegkundigen daar volgen slechts de standaardprocedures en zijn niet echt persoonlijk geïnteresseerd.

School
In 2015 haalt ze haar diploma. “Ik heb langer over mijn examen gedaan omdat ik niet in staat was om naar school te gaan.”

Van september tot november 2015 studeert Sofie verpleegkunde, maar ze houdt het niet vol. “Ik dacht van als er iets af is dan voel ik me zekerder als ik daar op school rondloop.” Ze start een nieuwe behandeling in de kliniek. Ze hoopt over een jaar opnieuw te starten en uiteindelijk kinderverpleegkundige te worden.

Diabeteskampen
Sofie is met een aantal kampen voor kinderen met type 1 diabetes mee geweest. Daar voelde het heel fijn om niet anders te zijn dan de rest.

Anorexia is altijd bij je
“Je kan ervoor wegrennen maar het gaat toch wel met je mee. Je kan op vakantie gaan maar daar is het ook. Je kan het nooit eventjes uitzetten. Het is er dag en nacht.”

“Mensen zijn altijd in de veronderstelling dat mensen met anorexia superdun zijn of helemaal niet eten, en als ze eten dan is het over.” Dat vindt Sofie erg vervelend, want dat je op gezond gewicht bent, betekent niet dat het over is. Het betekent niet dat je gelijk je normale leven kan oppakken. “In feite kan je nog steeds geen andere dingen doen dan je daarvoor kon. Dat moet je allemaal opnieuw leren. Daar is geen begrip voor.”

Kom je ervan af?
Ze gelooft dat het mogelijk is. “Het zal een zwak punt blijven, maar zolang je er niet naar handelt, ook al zou je het wel denken, dan moet het goedkomen.”

Ze heeft nooit geaccepteerd dat ze anorexia heeft. “Nee ik heb altijd gedacht, ik ben er te dik voor dus dat kan niet.”

Wat ze van anorexia heeft geleerd? “Je leert jezelf kennen. Dat kan je meenemen voor de rest van je leven.” En van diabetes heeft ze geleerd door te zetten. Het heeft haar al vroeg zelfstandiger en volwassener gemaakt.

Advies aan anderen
“Het is het niet waard. Probeer te kijken naar waar je de controle over kwijt bent en probeer dáár de controle te pakken. Zoek het niet in eten.”

Het is een vooroordeel dat anorexia door de media komt. “Het speelt natuurlijk wel mee maar in de meeste gevallen ligt er iets heel anders aan ten grondslag.”

Over haar eetstoornis is ze tegenwoordig veel opener. Over diabetes is ze dat niet. “Als ik een lage bloedsuiker heb of een hoge bloedsuiker ga ik gewoon door alsof er niks aan de hand is.” Ze wilt zich niet anders voelen dan de rest.

Wat is het eerste waar je vanochtend aan dacht?
“Fuck, ik moet wegen.” Ze is aangekomen en dat vindt ze lastig. Ook al betekent het eigenlijk dat het juist goed gaat.

“Ik hou in gedachten wat ik graag wil bereiken later.” Ze wil haar opleiding afmaken. “Dan maar dik maar dan kan ik wel de dingen doen die ik wil.” Dat houdt ze in haar hoofd om het vol te blijven houden. “Ik heb zoveel moeten inleveren de afgelopen jaren van dingen die ik ontzettend leuk vind om te doen, dat ik nu langzamerhand begin te beseffen dat dit niet is hoe ik de rest van mijn leven door wil.”

Vervolgbehandeling
Op dit moment zit Sofie goed ingesteld met haar diabetes en gaat het goed met haar eetstoornis. Binnenkort start ze een andere behandeling. Daarbij wordt er meer gekeken naar wat er psychologisch achter zit en minder naar het eten zelf, wat in de vorige kliniek het geval was. Hopelijk kan ze de eetstoornis zo voorgoed achter zich laten.

In de zon op het terras vertelt ze me dat als ze alles kon kiezen om te doen, ze nu naar Oostenrijk zou vertrekken om te snowboarden. “Dat wil ik al heel lang.” Ik hoop van harte dat die wens binnenkort in vervulling gaat en dat ze volgend jaar met haar studie kan beginnen. Dat heeft dit meisje absoluut verdiend.