Naar de inhoud springen

Column – Annemieke heeft geen diabetes #4

Zwanger zijn brengt een aantal kwaaltjes met zich mee. Eén van die kwaaltjes is dat ik per nacht zo’n drie keer eruit moet vanwege een volle blaas (en een kind wat daar fanatiek tegenaan schopt). De laatste tijd brengt dit nadeel ook een voordeel met zich mee. Naast de zwangerschap is er namelijk nog een verandering in ons leven: Jan is overgestapt op de Freestyle Libre.

Het begon als een experiment van twee weken, waaruit we niet veel wijzer werden. Jans nichtje van drie vond het fantastisch speelgoed en scande op een verjaardag denkbeeldig de hele familie. Oom Jan was een beetje een cyborg met die sensor op zijn arm, was dat even interessant.

Jan was zo ingesteld op 5 vingerprikken per dag, dat hij er vaak niet aan dacht dat hij nu regelmatiger kon meten. De eerste weken achtervolgde ik hem bijna met de scanner, ik vond het zonde om geen gebruik te maken van de mogelijkheden. Maar techniek bleek toch ook weer niet alles. Een vingerprik bevestigde nog wel eens het vermoeden dat zijn waarde ruim boven de 4 mmol/L zat, waar de scanner een getal diep in het rood aangaf. Jan voelde zelf het beste aan of hij een hypo had of niet, de scanner bracht hem soms op het verkeerde idee. Hij was teleurgesteld en vond het niet veel toevoegen. Ik vond dat hij door moest zetten en het minstens een maand moest proberen om te zien of er iets zou verbeteren.

Na een maand wilde hij eigenlijk niet meer zonder. Weten of zijn glucosewaarde snel stijgt of zakt, maakt voor hem een groot verschil. Het is nog steeds uitproberen wat nu werkt en wat niet, maar de scherpe kantjes gaan er vanaf doordat hij op tijd ingrijpt.

Zo’n dagelijkse grafiek geeft een minder rooskleurig beeld dan vijf vingerprikken per dag. Er is geen peil op te trekken. Vaak kunnen we echt geen oorzaak bedenken voor een hyper of hypo. Of is het patroon na een week totaal anders. Ik vond die schommelingen best schrikken en het ging nogal eens mis als Jan op mijn aandringen te snel insuline bij spoot en in een hypo terecht kwam. Oeps. Tijd om hem weer zijn eigen ding te laten doen.

Langzaamaan is er nog een verbetering gekomen en eigenlijk komt dat een beetje door de zwangerschap. Als ik ’s nachts rondspook kan ik, zonder Jan lastig te vallen, even de scanner langs de sensor halen. Het voorkomt de nodige hypers en hypo’s, of in ieder geval wakker worden met een waarde boven de 20 mmol/L, zoals voorheen nog wel eens het geval was. ‘Ieder nadeel heb zijn voordeel’ zullen we maar zeggen.