Naar de inhoud springen

Column Sanne – Een lesje bloedsuiker meten

“Met dat roze kleurtje en zijn kleine formaat lijkt het misschien een heel onschuldig apparaatje, maar het blíjft een naald. Je mag het risico van naalden absoluut niet onderschatten, dus zorg er te allen tijde voor dat de patiënt zit”, begon de docent biochemie het practicum.

Deze week stond in het teken van diabetes en daarbij hoorde een practicum bloedglucose meten. Alhoewel ik mij bij het ontvangen van het rooster voor dit blok had voorgenomen vrijstelling aan te vragen voor dit practicum, was ik te laat en stond ik dus tussen mijn ietwat gespannen studiegenootjes. De verhalen over mensen die knock-out waren gegaan bij dit practicum stonden vers in het geheugen, evenals de verhalen over de mensen die er op deze manier achter waren gekomen dat hun alvleesklier ook niet helemaal goed werkte. Doodstil namen twaalf gespannen hoofdjes de procedure in zich op. Ik was vooral verbaasd over hoeveel ik eigenlijk al die tijd al verkeerd doe.

Na de uitleg was het tijd om een rij te vormen en om de beurt plaats te nemen op de stoel, met de volgende in de rij ernaast als “arts”. Nadat de “patiënt” goed op de stoel zat (onwillekeurig dacht ik terug aan hoe ik een uur ervoor nog staand mijn bloedglucose had gemeten, niet wetende dat ik mijzelf daarmee in levensgevaar had gebracht), werd de vinger grondig ontsmet met alcohol (misschien toch wat vaker dat eerste druppeltje wegvegen?). Toen de prikker op de vinger werd gezet greep de docent in: “je mag nóóit in iemands pink prikken! Er lopen daar zenuwen en je loopt het risico dat iemand dan nooit meer zijn pink kan gebruiken (shit, mijn linkerpink is toch écht mijn lievelingsvinger!). De wijsvinger en de duim mag je ook niet gebruiken, want daarmee raakt iemand straks weer zijn laptop en de tafels aan en dan loop je risico op ontstekingen!” (nog meer shit, er blijft niet veel meer over om te rouleren op deze manier). Nadat ook de goede vinger grondig ontsmet werd en de “arts” de moed had gevonden om zijn/haar medestudent pijn te doen volgde het welbekende ritueel van het knijpen-opzuigen-afvegen (met meters uit de oertijd). Daarna was het tijd om de vinger vakkundig in te pakken met pleisters, waarna het slachtoffer opgelucht weghuppelde – zijn vinger vol trots in de lucht gestoken.

Er werden deze middag geen nieuwe leden toegevoegd aan “onze club”: alle bloedglucosewaardes lagen jaloersmakend tussen de ja-ze-had-best-wel-weinig-gegeten-dus-het-kon-wel-dat-ze-een-soort-hypo-had 4,3 mmol/l en ik-heb-net-een-Snickers-en-stamppot-gegeten-hoe-kan-dit 5,9 mmol/l. De mijne? Tsja, de beste stuurlui staan aan wal, dus ik heb toegekeken en commentaar geleverd. Maar volgens mij was die ook wel oké!