Naar de inhoud springen

Veerle over Voeding – Vijf jaar voeding en type 1 diabetes

Op 8 februari is het mijn vijfde diaversary. Doen we daaraan in Nederland of is dat alleen een Amerikaans fenomeen? Reden genoeg voor mij om in ieder geval ergens gedurende de dag gebak te eten, schat ik zo in.

Want ja, ik ben er nog steeds, ben gezond, voel me goed en die diabetes – ach ja, die hoort erbij. In die eerste vijf jaar met Type 1 Diabetes heb ik enorm veel geleerd. Over diabetes, onderzoek, mijn eigen lijf, insulinepompen, bloedsuikerwaardes en voeding. Vooral voeding. Vijf cruciale dingen over voeding en Type 1 Diabetes, die ze me best aan het begin hadden mogen vertellen.

1. Suikervrij is niet koolhydraatvrij en light is niet altijd light
Als ik vol enthousiasme hele flessen Rivella Light zat te drinken en dan toch een stijging zie in mijn bloedsuiker zag was ik nogal eens in de war. De reden? Rivella light is niet zo light als cola light. Etiketten lezen is de sleutel tot succes op het gebied van m’n bloedsuikerwaardes.

2. De ene koolhydraat is de andere niet                                                                                    En dan heb ik het niet over die verrekte 4 (of zijn het er 5?) P’s waar iedere diëtiste over begint. Dan heb ik het over dingen als havermout (langzame opname), chips (hele langzame opname), drop (kan ik beter niet doen), dextro (werkt nooit snel genoeg) en wat al niet meer. En als je dan eindelijk door hebt hoe je moet bolussen voor die chips (verlengd over een periode van 5 uur in mijn geval), dan heb ik stress, drink ik er een glaasje wijn bij, doet m’n bloedsuiker dwars of eet ik ook een zak drop leeg. Niet alleen het type koolhydraten, maar ook het moment waarop en de combinatie van – alles speelt mee.

3. Alcohol en ik zijn lang niet zulke grote vrienden meer.                                                 Op zich niet gek: toen ik diabetes kreeg wilde ik afvallen en dan is alcohol schrappen een vrij eenvoudige manier om je calorie-inname te verminderen. Van full-time studeren naar full- time werken helpt daar trouwens ook wel bij. Na zo’n 1,5 jaar wilde ik toch weer gewoon kunnen genieten van een wijntje maar zeker het afgelopen jaar kan ik niet meer rekenen op de gegarandeerde kleine daling die in een glas rode wijn altijd met zich meebracht. Momenteel blijven m’n waardes stabiel zolang ik blijf drinken, en kelder ik een uur of 3 erna naar ongekende dieptepunten – waar ik me dan met moeite uit kan eten.

4. Koolhydraatarm eten is niet voor iedereen
Vol goede moed begon ik vlak na mijn diagnose met koolhydraatarm eten. Sowieso geen slecht idee (in het kader van dat afvallen), en brood, pasta of aardappelen laat ik in 9 van de 10 gevallen met liefde links liggen. Maar hoe langer ik dit deed, hoe vervelender het werd. Niet alleen omdat ik af en toe ook gewoon een stuk chocola of stuk lasagne wilde eten, maar ook omdat ik koolhydraatarm eten + een actieve levensstijl niet kon combineren. Ik had gegarandeerde hypo’s tijdens het sporten, iets wat ik er pas uit heb gekregen nadat ik bij m’n maaltijden weer kleine beetjes koolhydraten ging eten. Lesson learned.


5. Ik kan er niet altijd iets aan doen

Dat geldt voor Type 1 Diabetes in het algemeen. Natuurlijk, als ik vergeet te bolussen dan is het niet zo gek dat m’n bloedsuiker omhoog gaat. Of als ik vergeet te eten, of ineens minder eet dan ik in m’n hoofd had. Maar over het algemeen doe ik het best goed, vind ik zelf. Maar m’n bloedsuiker is het daar geregeld niet mee eens. Nachtelijke hypo’s, m’n bloedsuiker die ondanks herhaalde correcties niet wil zakken, een onverklaarbare hoge of lage waarde – daar kan ik niet altijd iets aan doen. Een deskundige op het gebied van diabeteszorg zei pas: je bent niet de baas over je bloedsuikerwaardes. Die ziekte gooit gewoon roet in het eten en daar kan je niks aan doen. Je bent de kapitein op het schip en kunt zo goed mogelijk bijsturen, maar je zal nooit de volledige controle hebben – dat kan ook niet. Dat hadden ze me best even wat eerder mogen vertellen…