Naar de inhoud springen

Nieuwe diabetestaal | Sanne

Met het krijgen van diabetes krijg je ook gelijk een heel mooi nieuw vocabulaire cadeau. Woorden waar je voorheen nog nooit van gehoord had (lancet, bolus, koolhydraat, hypo), behoren opeens tot je dagelijkse taalgebruik (behalve dan lancet, die zien we hooguit één keer per maand ;)). Ik heb nog wel wat ideeën voor het uitbreiden van het vocabulaire. Daarom deel ik graag mijn ideeën voor nieuwe diabetestaal. Van Dale, schrijven jullie mee?

  1. Agressiebolus. Geduld is al niet helemaal mijn ding en als mijn bloedglucoses zich dan ook nog met mijn gemoedstoestand gaan bemoeien, blijft er weinig meer over. Dan bolus ik bewust veel te veel, gewoon omdat ik helemaal klaar ben met te hoog zitten en geen zin meer heb in de slappe voorstellen van mijn boluscalculator. Dat zet geen zoden aan de dijk namelijk, het vraagt om veel agressievere maatregelen. De hypo die volgt neem ik dan maar voor lief. Dit type bolus heb ik omgedoopt tot een “agressiebolus”.
  2. Preventievoedsel. Eén dextrotablet, een koekje met weinig koolhydraten, een paar druiven, eigenlijk alles wat je eet als je bloedglucose nog niet te laag is maar eigenlijk net niet hoog genoeg voor wat je wil gaan doen. Om een hypo te voorkomen.
  3. Dextrodip. Zo’n periode waarin het woord dextro al braakneigingen oproept. Volgt meestal op een periode van veel hypo’s. Gelukkig zijn er ook genoeg alternatieven om hypo’s op te lossen: sapjes, gummibeertjes, jelly beans …
  4. 60-vibe. Ja, er wordt gehamerd op het tellen van koolhydraten. Maar vaak komt het in de praktijk aan op professioneel nattevingerwerk. En daar komt dit woord in beeld: bij mijn avondeten vul ik opvallend vaak 60 gram koolhydraten in op mijn boluscalculator. Bij vergelijkbare maaltijden overdag (grote lunch o.i.d.) hangt dan vaak ook een 60-vibe.
  5. Troosttaart. De taart die je eet op je diaversary. Of wanneer je toch al te hoog zit, want erger kan het niet worden. Of als je een hypo net iets minder vervelend wil maken.