Naar de inhoud springen

Waarom het preferentiebeleid goed is, maar de uitvoering slecht

Het is je vast niet ontgaan: sinds dit jaar wordt een preferentiebeleid voor insulines gehanteerd. En dat levert nogal wat problemen op. De conclusie in diabetesland luidt dat het preferentiebeleid slecht is en we er vanaf moeten. Maar is dat wel zo?

Ik denk van niet. Ik ga me ongetwijfeld veel kritiek op de hals halen hiermee, maar in mijn ogen is dat preferentiebeleid zo slecht nog niet. Nee, het probleem ligt hem in de uitvoering. En dat is zonde, want als daar meer aandacht aan was besteed, waren mensen nu minder boos geweest en zouden we misschien de voordelen van het preferentiebeleid kunnen inzien. Daarom ga ik proberen mijn standpunt uit te leggen.

Wat is het preferentiebeleid en waarom is het er?

Het preferentiebeleid houdt kortgezegd in dat sommige verzekeraars afspraken hebben gemaakt met fabrikanten, waardoor ze die insuline goedkoper kunnen krijgen. Het idee hierachter is dat mensen dezelfde insuline krijgen, maar dan in een andere verpakking. Alhoewel veel mensen beweren dat de insuline die ze nu krijgen anders werkt, is dat medisch gezien niet helemaal te verklaren: je kunt het een beetje vergelijken met Cola Light en Cola Zero. Sommige mensen zeggen het verschil te proeven, maar als je de ingrediënten bekijkt zijn deze exact hetzelfde en verschilt enkel de verpakking. Doordat er afspraken zijn gemaakt, is de insuline veel goedkoper en blijft er meer geld over voor het vergoeden van andere zaken, zoals CGM’s. Want hoe je het ook went of keert: alle soorten technologische vooruitgang die ons een beter leven bieden, zorgen ook voor een grote toename van zorgkosten en het houdt een keer op. Er moeten gewoon keuzes gemaakt worden.

Hoe is het uitgevoerd?

Wat de verzekeraars zijn vergeten is dat er naast Cola Light en Zero ook nog Pepsi Max bestaat. En sommige mensen lusten alleen maar Pepsi: het smaakt net wat minder zoet dan Coca-Cola, maar dat kan voor sommige smaakpapillen echt verschil maken. Dit kun je vergelijken met de zogenoemde ultrarapid insulines: Fiasp en Lyumjev. Doordat de hulpstoffen hiervan anders zijn, werkt dit voor bepaalde mensen anders dan gewone insuline Aspart en Lispro. Voor deze groep zijn deze soorten insuline niet zomaar uitwisselbaar, maar zo worden ze nu wel behandeld. En dat is een probleem. Daarnaast werden mensen met diabetes te laat op de hoogte gesteld, waardoor veel verwarring ontstond. Als dit eerder was gedaan, was er meer tijd geweest voor het uitleggen en verklaren van de veranderingen en hadden belangenorganisaties op hun beurt weer kunnen uitleggen waarom de ultrarapids, ondanks dat ze onder dezelfde stofnaam bekend staan, niet zomaar verwisselbaar zijn.

Hoe had het uitgevoerd moeten worden?  

Uitleg. Uitleg waarom het preferentiebeleid goed is. Waarom het er überhaupt is. Dat wij er ook baat bij hebben dat zorgkosten gedrukt worden, omdat er dan andere dingen vergoed kunnen worden. En waarom het bij de conventionele insuline Aspart en Lispro voor de meeste mensen geen verschil maakt om ze te verwisselen (want of je nou Zero of Light krijgt, meestal smaakt dat gewoon hetzelfde). Deze uitleg had tevens niet pas twee weken voor het ingaan van het preferentiebeleid moeten komen, maar veel eerder, zodat er tijd was geweest voor mensen om dit te bespreken bij een bezoek aan hun zorgverlener en zodat ze zich mentaal hadden kunnen voorbereiden op de wisseling, want met zoiets precairs als insulinedoseringen is verandering gewoon heel eng. En er moet meer aandacht komen voor de insulines met andere hulpstoffen. Want ook al kan ik best leven met Coca-Cola, ik vind Pepsi gewoon veel lekkerder en hetzelfde geldt voor mijn insuline: met hulpstoffen neem ík die gewoon sneller op.